Toch geen duurzaam warmte alternatief voor de van der Pekbuurt?

In de van der Pekbuurt, Amsterdam Noord hebben bewoners aangegeven dat zij warmtepompen en isolatie een beter idee vinden dan stadswarmte uit biomassa en afvalverbranding. Verhuurder Ymere wil daar niets van weten: warmte op lage temperatuur is in bestaande bouw  lastiger  toe te passen dan hoge temperatuur warmte. Het lijkt alsof dit de Gemeente zich hierbij neer gaat leggen. De woningeigenaar en niet de (toekomstige) bewoner heeft immers ‘het laatste woord’ volgens de wethouder.

Het was te verwachten dat de woningbouwcorporatie zou kiezen voor de de weg van de minste weerstand. Ymere is naar eigen zeggen ‘geen milieuorganisatie’ en duurzaamheid heeft dus niet de hoogste prioriteit.  Bovendien is het investeren in bijvoorbeeld een eigen laag-temperatuur voorziening duurder dan het aansluiten op een bestaande hoog temperatuur warmtenet. Maar dan wordt geen rekening gehouden met de gebruiker die –nu al- een hoog vastrecht moet betalen voor dat warmtenet. Juist bij een laag temperatuurnet kan de bewoner goedkoper uit zijn op de lange termijn, ook als de voorinvestering hoger is.

De gang van zaken rondom de Van der Pek buurt legt daarmee een pijnlijke realiteit bloot. 
De stad heeft kennelijk niet de middelen of bevoegdheden die nodig zijn om duurzame warmteopties voorrang te geven op vervuilende stadswarmte uit biomassa en industrie.
Toch wil dit college wil zich graag voordoen als klimaatvriendelijk en daarin vooroplopen. De klimaatplannen zijn dan ook met luid trompetgeschal gepresenteerd aan de Amsterdamse bevolking. Grote ambities dus, maar geen tanden om mee te bijten. Dat kan in de toekomst tot teleurstellingen en grote problemen leiden. 

Het grote plaatje 
Voor het maken van verstandige keuzes is de lange termijn bepalend. We kunnen het ons dus niet veroorloven om te kiezen voor de goedkoopste of gemakkelijkste oplossing want dat blokkeert een betere oplossing in de toekomst. Eenmaal voor een warmtenet van hoge temperatuur gekozen is er geen terugweg meer. De infrastructuur voor een hoge temperatuur warmtenet ligt er voor 40 jaar, en is niet zomaar geschikt voor duurzame warmte alternatieven op lage temperatuur. 

Zowel Vattenfall als WPW gaan flink inzetten op houtige biomassa. Het resultaat is dat meer dan de helft van de stad straks wordt verwarmd door twee gigantische houtkachels. Inwoners en politici in heel de stad maken zich terecht zorgen om dit toekomstbeeld, en komen in verzet. Zo heeft de Stadsdeelcommissie Oost onlangs in een ongevraagd advies aanbevolen om geen buurten aan te sluiten op een warmtenet dat wordt gestookt met houtpellets, zoals dat van Vattenfall.

Duurzaam leiderschap
Heeft het dan wel zin om wijken als de Van der Pekbuurt aan te wijzen als ‘proeftuin’? De uitkomst staat immers al vast. Al helemaal als de gemeente in haar Warmtevisie steevast een voorkeur heeft voor hoge temperatuur van Vattenfall en WPW. Dan is er vooral sprake van symboolpolitiek en weinig garantie voor een rechtvaardige energietransitie. Misschien moet het stadsbestuur dan toch aankloppen bij de rijksoverheid voor meer bevoegdheden en middelen. 

Technisch is er genoeg mogelijk. Het is zonde om met lede ogen toe te kijken hoe we de ene vervuilende energiebron verruilen voor de andere. De gemeente moet haar regierol gaan pakken en desnoods zelf warmtenetten aanleggen op basis van lokale duurzame bronnen. Dat gaat niet lukken als we ons uitsluitend laten leiden door een onjuiste subsidiestroom en kiezen oplossingen die niet duurzaam zijn maar wel duur voor de eindgebruiker. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *